Vat de
anderhalve meter-samenleving
niet als een louter
meetkundig vraagstuk op

Door Marieke Rietbergen

Doe niet hetzelfde-maar-dan-minder, doe iets nieuws dat op zijn eigen manier goed is

Het coronavirus dwingt ons tot grote, duurzame veranderingen, ook als de ‘intelligente lockdown’ voorbij is. Alle sectoren maken zich op voor de anderhalvemeter-samenleving. Maar hoe ziet die eruit? En hoe gaan we die vormgeven? Hoe zorgen we dat die nieuwe samenleving een aangename samenleving is? Hoe passen we onze gewoonten en rituelen aan, terwijl we wel behouden wat we echt belangrijk vinden? Dat vraagt ook een gedragsverandering van ons. We mogen deze opgave niet versimpelen tot een ruimtelijk, meetkundig of technologisch vraagstuk.

De anderhalvemeter-samenleving is daarom niet gebaat bij simpele oplossingen als klassen waaruit wat tafeltjes zijn verwijderd of theatervoorstellingen met een kleiner publiek. Dat is hetzelfde-maar-dan-minder. Iedereen zal voortdurend denken aan hoe het ook had kunnen zijn.

Toch is de neiging om naar de meetlat te grijpen groot. Best logisch; met deze kortetermijnoplossing kan de economie de komende weken snel weer op gang worden gebracht. Maar deze eenzijdige aanpak is niet duurzaam. We kijken daarmee niet naar wat we willen, alleen naar hoe we aan de regels kunnen voldoen.

Wat zou er gebeuren als we in plaats daarvan verschillende opties opwerpen? Als we in kaart brengen wat wezenlijk belangrijk is voor de gebruikers? En oog hebben voor zowel de hele korte als de lange termijn?

 

Neem het theater. Wanneer we eerst nagaan wat een toneelvoorstelling de moeite waard maakt, stellen we daarna andere vragen. Dan gaan we niet meteen met stoelen schuiven, maar vragen we ons af hoe we kunnen genieten van het overweldigende geluid, of van onverwachte ontmoetingen in de lobby. Dan onderzoeken we hoe bezoekers hun ontroering kunnen overbrengen aan de acteurs. Als dat niet meer kan zoals we gewend waren, hoe dan wel? Gebruiken we virtual reality? Lukt het dan om tóch bekenden tegen het lijf te lopen? Zo zorgen we dat het anderhalvemeter-theater een ervaring wordt die wellicht anders is dan vroeger, maar toch op zichzelf meer dan de moeite waard.

En de koffie-automaat op de werkvloer, die is voortaan een gevaarlijke plek van samenscholing. Als je alleen ruimtelijk denkt, vergroot je de pantry. Maar werkt dat? Wat zoeken mensen eigenlijk bij die automaat? Is dat alleen koffie? Of willen ze bijkletsen, verlangen ze een korte afleiding van het werk? Als je dit als een gedragsvraagstuk benadert, kom je tot heel andere alternatieven. Misschien besluit je dan wel om een barista in te huren.

 

Met zijn allen gaat het lukken om zulke oplossingen te bedenken, zowel voor de korte als voor de lange termijn, zowel ruimtelijk als in ons gedrag. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat we de volgende drie dingen beseffen.

Ten eerste: Een wiskundig probleem leg je niet zomaar voor aan iemand die ooit heeft leren rekenen. Klop dus ook niet bij een verandervraagstuk snakkend naar creatieve oplossingen aan bij iemand die vroeger handvaardigheid heeft gehad. ‘Creatief zijn’ is niet iets wat iedereen zomaar kan, dat vergt training en voeding. Verbeelden hoe het anders kan is een grote kwaliteit. Gelukkig zijn er in Nederland ontzettend veel goede creatieve bedrijven, waar mensen werken die gewend zijn hun creativiteit procesmatig en gebruikersgericht in te zetten voor innovatie en verandering. Hun kennis en kunde hebben we nodig, benut die!

Ten tweede: Het is nu misschien nog moeilijk voor te stellen, maar de veranderingen die op stapel staan zijn er voor de lange termijn. Een quick fix helpt ons dus niet echt verder. Wat we nu gaan doen moet aansluiten bij onze wezenlijke behoeften, bijvoorbeeld écht contact met anderen, goed zijn voor ons lichaam of doelen stellen die groter zijn dan ons ego. Dit zal een plek krijgen in ons nieuwe gedrag, in onze nieuwe omgeving, én in het nieuwe systeem dat we gaan bouwen. Alles wat we nu doen, mag smaken naar meer.

Tenslotte: Goede dingen ontstaan nooit in één keer. Daarom moeten we ook in deze periode niet bij de pakken neerzitten als iets waar we hoge verwachtingen van hadden toch niet meteen blijkt te werken. Laten we juist voortdurend testen en uitproberen, struikelend vooruitgaan en bij kortetermijn-oplossingen steeds nieuwsgierig zijn naar hoe het beter kan voor later.

De maatschappij laat op dit moment een enorme veerkracht zien. Dat biedt hoop een anderhalvemeter-samenleving waarin iedereen zich thuis voelt.