In hoeverre zijn mensen zich bewust van, en in staat om te vertellen over, de werkelijke oorzaken van hun gedrag?

Dat was de vraag die onderzoekers Timothy Wilson en Richard Nisbett stelden in 1977*.

De onderzoekers vroegen aan winkelende lieden: ‘Kies het beste exemplaar uit deze reeks van vier paar panty’s.’ De twee rechtse panty’s in de rij werden veel vaker als beste gekozen (31% en 40%) dan de panty’s aan de linkerkant (12% en 17%). De onderzoekers vroegen om uitleg voor de gemaakte keuze. In totaal werden er 80 verschillende argumenten genoemd, o.a. betere kwaliteit, beter materiaal, meer transparant, meer elasticiteit. Maar alle panty’s waren volledig identiek. Toen de onderzoekers vroegen, ‘Kan het zijn dat de positie van deze panty van invloed is geweest op je keuze?’ dacht slechts één persoon dat de positie de keuze had beïnvloed.

We zijn ons lang niet altijd bewust van de redenen waarom we doen wat we doen — dat weten we al een poosje. Maar het mooiste vind ik dat al die kiezers in bovenstaand onderzoek dan niet zeiden, ‘tsja… ik weet niet precies waarom ik deze gekozen heb’ of ‘gewoon zomaar, ik moest er toch eentje kiezen van jou’ maar met tachtig (TACHTIG!) verschillende, en op het eerste gezicht zinnige, argumenten komen. Het kan zijn dat we desgevraagd — en te goeder trouw — een verklaring geven voor ons eigen gedrag die niet strookt met, of raakt aan, de werkelijke achterliggende oorzaken. En dat is één van de redenen waarom het belangrijk is om bij onderzoek gedrag direct te observeren.

 

* “Telling More Than We Know: Verbal Reports on Mental Processes” Nisbett & Wilson, 1977. Met dank lector van het Publab Reint-Jan Renes die gelijk wist wat we bedoelden met ‘dat ene onderzoek over gedrag en een reeks maillots en mensen vonden er eentje beter maar ze waren allemaal hetzelfde’.

door Lianne Polinder – designer @ DIG